Genieten van afscheid

Men zegt mij – vaak indirect – ‘Bemoei je met je eigen zaken’ als ik laat merken dat ongezonde gewoontes van anderen me storen. Dat ik niet in iemands sigarettenrook wil staan omdat ik het vind stinken en ik die vieze rook niet in wil ademen. En dat ik niet zo’n zin heb om met iemand te kletsen als diegene met een dubbele tong praat en zich de volgende dag toch niets van het gesprek kan herinneren. Je kunt mijn gedrag uitleggen als bemoeizucht of een hang naar ‘controle’; denken dat je invloed hebt op Het Leven, terwijl het toch allemaal zo gaat als het gaat. Isaac Shapiro heeft het in dit verband altijd heeft over de ‘unconcious habits’: patronen die onbewust spelen. Aan maarliefst 99% van wat we doen en zeggen schijnt een onbewust patroon ten grondslag te liggen. Maar zodra je je bewust bent van die onbewuste patronen, heb je – zo denk ik dan – dus wel de keuze om ze los te laten. Mocht je dat willen uiteraard. Want het gaat uiteindelijk niet over roken, of dat alcohol meer kapot maakt dan je lief is.
Rookverslaving wordt vaak gebruikt als een excuus om ‘moeilijke’ gesprekken of confrontaties uit de weg te gaan. Borrels teveel nemen wordt gebruikt als een manier om meer zelfvertrouwen te krijgen en vervolgens dingen te zeggen of doen die je nuchter niet zou zeggen. Zodat je de volgende dag kunt zeggen: ‘Heb ik dat gezegd/gedaan? Daar kan ik me niets van herinneren…’ Vluchtgedrag.

Het is confronterend, ja. Ik vind het ook confronterend als mijn patroon van ‘controle willen houden’ wordt opgemerkt. Probeer ik controle te houden om geen – voor mijn gevoel vroegtijdig – afscheid te hoeven nemen? Om de pijn van verlies uit de weg te gaan? Klopt. Ik ga liever met mensen een pannenkoekje met aardbeien eten dan dat ik aan hun doodsbed zit. En ik zie mensen liever openbarsten tijdens dat moeilijke gesprek – wat uiteindelijk reuze meevalt – dan dat ze alleen en gehuld in rookgordijnen op een balkonnetje staan of wegsuffen in een alcoholroes. Waarschijnlijk stoor ik me ook wel aan andersmans vluchtgedrag omdat ik zelf juist blijf staan omdat ik dingen weer in balans wil brengen. Als een ander vlucht, is de mogelijkheid er niet. Contact voelt voor mij dan erg ‘krap’. Er is dan geen ruimte voor mij, want zodra ik mezelf laat zien, wordt er een sigaret opgestoken of een borrel naar binnen gekiept. De aandacht is weg. En alles wat we elkaar uiteindelijk te geven hebben is juist dat: aandacht.

Alles wat ‘onzuiver’ voelt, wil ik graag ‘wegwerken’. Ik zie de zon graag in het water schijnen en vind het leuk als anderen dat met mij zien. Ik wijs en zeg, laat die borrel nou even staan, maak die sigaret uit, want: ‘Kijk dan, wat mooi! Zie je het?’ Gelukkig doorzie ik dit patroon en kan ik tegenwoordig ook genieten van afscheid. En van ‘onbalans’, wat ook weer een vorm van balans is. Ik zie heus dat iemand vrede heeft met een dodelijke ziekte, eraan toe is om afscheid te nemen – ook al ben ik dat nog niet. En ik merk het op als iemand toch onhandige pogingen onderneemt om contact te maken, ook al is het dan onder invloed van alcohol of nicotine. Voor mij is dat een teken dat ik mijn eigen ‘onzuiverheid’ en mijn eigen patronen ook onder ogen zie. En het mooie is: ik hoef niets te doen om dingen op te lossen, ik kan dat alles zomaar laten vallen. Mensen zomaar loslaten. En gewoon relaxt toekijken, aanwezig zijn en de pijn ervan in mij toelaten en meevoelen terwijl zij benauwd hoesten van het roken en een kater hebben. En dood liggen te gaan aan een dodelijke ziekte. Als ik dat doe verdwijnt ook de kramp, want wat het meeste pijn doet is het vasthouden.

Namaste!

Tags: , , , , ,

No comments yet.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.